Nieuwe handelsakkoorden, een stabiele Europese productiesector en de snelle opmars van kunstmatige intelligentie (AI) geven de Europese economie weer impuls. Toch blijft een overtuigende groei vooralsnog uit. Volgens de nieuwste European Economic Outlook van KPMG groeit het bruto binnenlands product (bbp) van de eurozone in 2026 naar verwachting met 1,1 procent en in 2027 met 1,5 procent. Door de toenemende onzekerheid in de wereldhandel verschuift de nadruk steeds meer naar de binnenlandse vraag als belangrijkste motor van de Europese economie.
Gunstige omstandigheden
De inflatie in de eurozone daalt in 2026 naar verwachting naar 1,7 procent en komt daarmee onder de inflatiedoelstelling van 2 procent van de Europese Centrale Bank (ECB). Dat komt onder meer door het afnemen van de doorwerking van eerdere energieprijsstijgingen, waardoor de centrale bank de rente naar verwachting voorlopig niet wijzigt.
David Ikkersheim, hoofd Strategie bij KPMG, zegt: “Met een groei van de Nederlandse economie van 1,2 procent in 2026 en een inflatie die dit jaar daalt naar 2,4 procent zijn ook hier volgens onze voorspellingen de omstandigheden relatief gunstig, maar ligt de groei onder de gewenste 1,5 procent per jaar. Door projecten te vervroegen, het Groeifonds nieuw leven in te blazen, publieke investeringen in hoogproductieve sectoren via een investeringsbank op te voeren en vergunningstrajecten te versnellen, kan de economische groei sneller worden aangejaagd. Precies op die versnelling zet het regeerakkoord van kabinet‑Jetten in.”
AI als motor
Intussen gaat de adoptie van kunstmatige intelligentie (AI) in Europa sneller dan vaak wordt aangenomen. AI ontwikkelt zich tot een belangrijke potentiële motor voor de productiviteit en groei op de lange termijn. Meer dan een derde van de Europese bedrijven integreert inmiddels AI‑toepassingen in hun processen, een tempo dat vergelijkbaar is met dat van de Verenigde Staten. Binnen Europa springen Finland, Denemarken en Nederland eruit als koplopers.
Innovatieagenda
Hoewel het risico op door AI veroorzaakte werkloosheid op de lange termijn laag blijft, omdat de adoptie van nieuwe technologie ook nieuwe taken en diensten creëert, zullen Europese overheden waarschijnlijk een actieve rol moeten spelen in het aanbieden van omscholingsmogelijkheden. Daarmee kan de aanpassingskracht van de Europese arbeidsmarkt beter worden ondersteund.
“Historisch gezien leiden technologische ontwikkelingen uiteindelijk tot nieuwe banen, al ligt er wel een duidelijke opdracht voor overheden en bedrijven,” aldus Ikkersheim. KPMG schat dat 2,5 procent van de taken die momenteel door werknemers worden uitgevoerd, mogelijk geautomatiseerd kan worden.
“Omscholing en arbeidsmarktbeleid zijn nodig om werknemers door de technologische transitie te begeleiden. Zonder brede inzet op bijscholing zal Europa die ontwikkeling moeilijk kunnen bijbenen. Een nationaal AI‑transitieprogramma kan de innovatieagenda uit het regeerakkoord vertalen naar hogere productiviteit en groei,” zegt Ikkersheim.