Wat we in de praktijk zien, is dat organisaties vaak meer strategische opties hebben dan ze in eerste instantie denken. Iedere zorgaanbieder – of het nu een ziekenhuis, ggz-aanbieder, ouderenzorgorganisatie of zorg- en/of welzijnsorganisatie in het sociaal domein is – heeft de ruimte om bewuste keuzes te maken als onderdeel van een toekomstbeeld of -scenario. Denk aan keuzes rondom positionering, samenwerking, digitalisering of zorgconcepten. Een krachtig hulpmiddel om deze mogelijkheden te verkennen, is het ‘9 Levers of Value’ (9LoV)-model. Dit model biedt een uitgebreide benadering van de kernaspecten van een organisatie, waaronder het operationele en (financiële) businessmodel.
Dit framework wordt al vele jaren toegepast bij zowel internationale als nationale organisaties – variërend van grote tot kleine, en van particuliere tot publieke en non-profitorganisaties – en is ook in de Nederlandse zorg succesvol toegepast.
De praktijk wijst ook uit dat er echt wat te kiezen valt. Zo zien we bijvoorbeeld aan de ene kant ziekenhuizen die besluiten zich te ontwikkelen tot kenniscentrum, met een sterke focus op technologie en hoogcomplexe zorg. Aan de andere kant zien we ziekenhuizen die een duidelijke beweging richting specialisatie en efficiëntie in de vorm van electieve centra maken. Een topklinisch ziekenhuis koos er bijvoorbeeld voor om een electief centrum op te zetten voor orthopedische ingrepen, wat leidde tot een hogere productiviteit en kortere wachttijden. Andere aanbieders richten zich juist weer op nabijheid en verbinding met de wijk, met een toename van fysieke aanwezigheid en de samenwerking met het sociaal domein. In de ggz zien we aanbieders die inzetten op digitale zorg en netwerkvorming, zoals een ggz-aanbieder in het noorden van Nederland die met het platform Minddistrict digitale behandelmodules aanbiedt en daarmee de wachttijd wist te verkorten. Andere instellingen specialiseren zich juist in intensieve zorg voor een kleinere doelgroep. Tot slot variëren in de ouderenzorg de strategieën van technologische woonzorgconcepten tot kleinschalige, persoonsgerichte zorgmodellen, zoals bij een ouderenzorgorganisatie die met een buurtgerichte aanpak en kleinschalige woonvormen de samenwerking met het sociaal domein versterkte.
Wat deze keuzes gemeen hebben, is dat ze niet vanzelf ontstaan. Ze vragen om een bewuste afweging van de verschillende ontwikkelingen en uitdagingen, de interne kracht, en de unieke context waarin een organisatie opereert: Hoe is de zorg in de regio georganiseerd? Wat is de positie van de organisatie in het netwerk? Hoe ver is men met digitalisering? Wat is de personele situatie in het licht van de arbeidsmarktkrapte en toenemende werkdruk in de zorg? Deze vragen vormen met elkaar de context waarbinnen de verschillende (strategische) opties tegen elkaar afgewogen moeten worden.