De rekensommen die gaan bepalen hoe het huidige collectieve pensioenvermogen verdeeld wordt over de deelnemers zijn veelzijdig en buitengewoon complex. Maar dat is geen reden om ze als een black box te beschouwen. Zeker niet omdat het verantwoordelijke pensioenfondsbestuur straks wil (en moet!) kunnen laten zien hoe de verdeling van vermogen tot stand is gekomen en dat dit is gebeurd op basis van de juiste uitgangspunten en correcte rekenmodellen. 

Machiel Koper en Victor Vincent

De werkelijkheid zal nooit geheel te vatten zijn in een model, maar voor een goede besluitvorming hebben pensioenfondsen een zo goed mogelijke benadering van die werkelijkheid nodig. Geen eenvoudige opgave. Want het betreft een zeer onzekere toekomstige werkelijkheid...

Toch kan het niet anders. Met het oog op het nieuwe pensioenstelsel moet ieder pensioenfonds onder andere:

  • uitrekenen hoeveel geld er op de individuele pensioenrekeningen komt te staan;
  • becijferen of invaren een goed idee is of niet;
  • bepalen of en hoe sommige groepen deelnemers gecompenseerd moeten worden;
  • de werking en inrichting van de risico- of solidariteitsreserve vaststellen. De initiële vulling van deze reserve moet bijvoorbeeld onderdeel zijn van het implementatieplan dat wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid van het bestuur.

Voor veel beslissingen van pensioenfondsen geldt dat de kwaliteit ervan voor een groot deel afhangt van de manier waarop rekening wordt gehouden met wat er in de toekomst kan gebeuren op financiële markten, met veranderende economische omstandigheden en met demografische ontwikkelingen.

Dat alles - en meer - wordt gevangen in de modellen die pensioenfondsen gebruiken voor hun rekenwerk. Die lijken op de modellen die voor het 'standaard' Asset Liability Management (ALM) worden gebruikt - maar dan telkens net even anders. Maar hoe anders precies? 

Aansprakelijk

Voor pensioenfondsbestuurders is dat een uiterst belangrijke vraag. De uitkomsten van de rekensommen zijn immers van groot financieel belang voor de deelnemers in het fonds en daarom wordt bij het uitvoeren van die rekensommen de grootst mogelijke zorgvuldigheid geëist. De sociale partners maken om te beginnen de afspraken over de inhoud van de pensioenregeling, mede op basis van door het pensioenfonds verstrekte berekeningen. Na onderbrenging van de pensioenregeling en de opdrachtaanvaarding door het pensioenfonds is het fonds dan verantwoordelijk voor de verdere uitvoering hiervan. Daarom zal het fonds de berekeningen zodanig moeten uitvoeren dat overeenkomstig de relevante bepalingen uit de Pensioenwet wordt gehandeld.

Met andere woorden: het pensioenfonds en zijn bestuur moeten (later) kunnen laten zien wat het heeft gedaan om ervoor te zorgen dat de uitkomsten van de rekensommen de juiste zullen zijn. Overigens zal dat ook van pas komen bij eventuele onenigheid over die uitkomsten: als het pensioenfonds aansprakelijk wordt gesteld voor negatieve gevolgen van de berekeningen, zal de rechtbank beoordelen in hoeverre de relevante wettelijke (procedure)voorschriften zijn gevolgd en in hoeverre er onrechtmatig richting deelnemers is gehandeld.

Gulden middenweg

Hoe verzekert u zich er van dat u de juiste rekenmodellen gebruikt? Enerzijds zou u kunnen veronderstellen dat binnen het (volledige) bestuur voldoende geschiktheid aanwezig is ten aanzien van het onderwerp financieel technische en actuariële aspecten. Anderzijds wordt niet gevraagd van (alle) bestuurders dat ze beschikken over de specialistische actuariële kennis en ervaring die nodig is om die adviseur op alle fronten inhoudelijk aan de tand te voelen en kan het – afhankelijk van de omstandigheden van het geval – wenselijk zijn om een adviseur te raadplegen. Ieder zijn vak, immers.

Gelukkig is er een gulden middenweg, ontleend aan de verzekeringssector, waar hetzelfde type berekeningen wordt uitgevoerd. Daar werd de behoefte aan meer zekerheid en meer waarborgen over de kwaliteit van de gebruikte modellen al langer gevoeld, terwijl die nieuw is voor de pensioensector. Verzekeraars schakelen dan een onafhankelijke derde partij in die wordt gevraagd om zich goed in het model te verdiepen, zodat alle relevante onderdelen ervan in kaart gebracht worden: de aannames, de methode, de data en programmatuur waarmee gewerkt wordt, et cetera.

Aannames, uitgangspunten, governance

Een dergelijke validatie van een rekenmodel geeft antwoord op de vraag of het model doet wat het moet doen. Met andere woorden: of het precies datgene uitvoert wat het pensioenfonds wil, waar het pensioenfonds voor kiest. Bijvoorbeeld qua aannames: als besloten is met een ‘laag’ gemiddeld aandelenrendement te rekenen, dan moet er niet ergens in het model sprake zijn van een prognose van 8 procent. Ander voorbeeld: als het uitgangspunt is rekening te houden met marktwaardes (bijvoorbeeld optiekoersen) dan moet die aansluiting ook in het model zijn terug te vinden. Ook moet van de modellering van de solidariteitsreserve  getoetst worden of deze in lijn is met de beoogde werking hiervan.

Hetzelfde geldt voor zaken als de governance rond het gebruik van het model. Hoe liggen de verantwoordelijkheden? Wie heeft bijvoorbeeld welke mogelijkheden om data in te voeren of te wijzigen? En past dit bij de manier waarop het pensioenfonds wil werken? Tot slot gaat het ook om de vraag of het model zo specifiek toegesneden is op de situatie van het pensioenfonds als wenselijk is. Of is er wellicht afgezien van maatwerk en zijn er daardoor benaderingen in de programmatuur nodig? En hoe passend zijn die benaderingen dan?

Bestuurders hebben dit inzicht nodig in de rekenmodellen die het pensioenfonds gebruikt. Het gaat daarbij niet om (het herhalen van) de discussies waar het juiste model aan zou moeten voldoen; het gaat om het beantwoorden van de vraag of het model inderdaad voldoet aan de vereisten die het pensioenfonds er eerder aan stelde. Zijn er afwijkingen, dan krijgt u ook zicht op de impact daarvan.

Geformaliseerde aanpak

KPMG helpt pensioenfondsen met het valideren van rekenmodellen. Bij verzekeraars deden wij daar inmiddels ruime ervaring mee op. Kenmerkend is onze geformaliseerde aanpak, waarin diepgaande technisch-actuariële kennis wordt gecombineerd met een brede kennis van marktpraktijken. In onze aanbevelingen leggen we veelal de nadruk op risico's, governance en processen. In die aanbevelingen brengen we ook een duidelijke prioritering aan, zodat u zicht krijgt op de issues die (het eerst) aandacht verdienen.

Wilt u meer weten over deze aanpak? Neem contact met ons op! Het spreekt vanzelf dat we graag persoonlijk toelichten wat KPMG voor u en uw pensioenfonds kan betekenen.

Contactpersonen

Wij houden u op de hoogte per e-mail.
Geef hier uw voorkeuren door.