• Janinke Tol, Manager |
  • Boudewijn Broers, Manager |

In de aanloop naar het nieuwe pensioenstelsel ziet 50 procent van de grootste pensioenfondsen stakeholdermanagement als grootste uitdaging. Tegelijkertijd spelen er ook nog andere wettelijke ontwikkelingen en een veranderende wereld waardoor fondsen nog meer op hun bordje krijgen. Tijdens de KPMG Pensions-webcast Masterclass Pensioenakkoord klonk één boodschap dan ook helder door: “Maak haast nu je nog tijd hebt.”

De masterclass werd geleid door KPMG-managers Janinke Tol, Margriet Stavast en Boudewijn Broers, allen gespecialiseerd in pensioen, governance en financieel risicomanagement vanuit hun eigen expertise. 

Amendementen op pensioenwet

Hoewel het in de sector vaak gaat over ‘het’ nieuwe pensioenstelsel, staat in de praktijk nog niet alles vast, vertelde Broers tijdens zijn inleiding over de status van het Wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen. Zo zijn er recent nog meerdere amendementen ingediend. Een van deze amendementen ziet toe op beroepsmogelijkheden voor belanghebbenden bij DNB, een ander stelt voor dat (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden moeten instemmen met besluitvorming over invaren. Vooral dit laatste amendement kan nog van invloed zijn op het parlementaire proces.

Met alle vragen die er bijvoorbeeld nog bestaan over de verdeling van het huidige pensioenvermogen en de procedures rond het invaren, is het volgens Broers ‘niet ondenkbaar’ dat het wetsvoorstel wordt uitgesteld, hetgeen inmiddels ook is gebeurd. De invoeringsdatum is begin oktober 2022 verplaatst van 1 januari 2023 naar op zijn vroegst 1 juli 2023. Uit onderzoek van KPMG blijkt – illustratief – dat slechts 10 procent van de pensioenfondsen ‘heel veel vertrouwen’ heeft in een ‘succesvolle en tijdige’ transitie.

Evenwichtige belangenafweging

Eén van de cruciale – en wettelijk verplichte – aspecten van een soepele transitie is de evenwichtige belangenafweging. De wetgever vindt ‘evenwicht’ dermate belangrijk dat het wel 280 keer wordt genoemd in het memorie van toelichting op het wetsvoorstel.

Evenwichtige belangenafweging vergt in iedere fase in de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel een intensieve afstemming met de diverse stakeholders van het fonds. Volgens Tol moet hierin wel een balans gevonden worden voor een optimale projectbesturing, omdat anders de efficiënte executie in het gedrang komt.

“Er moet een permanente balans zijn tussen snelheid en zorgvuldigheid”, aldus Tol. “Dat kan soms betekenen dat je tijdens de transitie een pas op de plaats moet maken ten behoeve van de zorgvuldigheid.”

Verder pleit Tol voor een gefocuste regie met maximaal decentraal eigenschap en een intensieve samenwerking met alle belanghebbenden – en dat zijn er nogal wat. Tijdens het webinar verdeelde Stavast deze in drie groepen: fonds (deelnemers, sociale partners, etc.), toezicht (DNB en AFM) en executie (uitvoeringsinstanties, vermogensbeheerders, etc.). Toezichthouders toetsen de communicatie met stakeholders op ‘tijdigheid en betrokkenheid’.

Rol medezeggenschap en intern toezicht uitgebreid

Broers legt verder uit dat het Wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen niet leidt tot fundamentele wijzigingen van de (onderlinge) verantwoordelijkheden van de fondsorganen. Wel wordt de rol van medezeggenschap en intern toezicht uitgebreid voor besluitvorming omtrent invaren, om zo de vereiste evenwichtigheid te waarborgen. Per bestuursmodel ziet dat er anders uit, te weten:

·     Paritair bestuur: adviesrecht voor verantwoordingsorgaan en goedkeuringsrecht RvT

·     Onafhankelijk bestuur: goedkeuringsrecht voor belanghebbendenorgaan én RvT

·     Omgekeerd gemengd bestuur: adviesrecht voor verantwoordingsorgaan

Stavast wijst aanvullend op een ontwikkeling waarmee pensioenfondsen intern aan de slag moeten. Zo wordt het beleid op gebied van geschiktheid wellicht aangepast. Bestuurders en intern toezichthouders moeten dan beschikken over voldoende kennis over datakwaliteit en cybersecurity – naast alle andere kennis en ervaring zoals ten aanzien van financieel-economische, strategische en juridische aspecten en op het gebied van duurzaamheid.

Governance

Volgens Broers leidt deze uitbreiding er niet toe dat er een ‘favoriet bestuursmodel’ boven komt drijven. “De keuze voor een bepaald bestuursmodel moet geen doel op zich zijn. Het belangrijkste blijft dat het model past bij jouw eigen type fonds.”

Tegelijkertijd denken fondsen actief na over de interne en externe governance. Stavast stelt de vraag met wat voor partijen en op welke manier fondsen willen samenwerken – nu en in de toekomst. Welke governance is er nodig, is de bedrijfsvoering klaar voor de transitie en zijn de juiste mensen aan boord? Fondsen kijken daarbij ook over het nieuwe pensioenstelsel heen; het gaat immers om de lange termijn waardecreatie. 

Zoek vroeg dialoog met uitvoerders

Ondanks de onzekerheden die er nog zijn met betrekking tot de planning, staat (op basis van het huidige wetsvoorstel) één datum vast: uiterlijk 1 januari 2027 moeten pensioenfondsen de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel hebben afgerond. Bijzonder is dat naar de stand van 10 oktober 2022 de einddatum niet is verplaatst, terwijl de inwerkingstredingsdatum is verzet naar op zijn vroegst 1 juli 2023.

De wetgever heeft de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel verdeeld in drie fases (de arbeidsvoorwaardelijke fase, de onderbrengingsfase en de implementatiefase) waarin enkele belangrijke mijlpalen worden benoemd. Zoals het er na de aankondiging van de vertraging van de inwerkingtreding van het wetsvoorstel nog steeds uit ziet, uiterlijk 1 juli 2025 moeten pensioenfondsen bijvoorbeeld hun implementatieplan, inclusief communicatieplan, aanleveren bij de toezichthouder. Tot die tijd is essentieel dat pensioenfondsen zich niet blindstaren op de verschillende fases van de transitie, benadrukt Broers. Dat het begin van de concrete implementatie in veel gevallen gepland staat voor 2025, betekent niet dat fondsen tot die tijd moeten wachten.

Zo zouden pensioenregelingen die in de arbeidsvoorwaardelijke fase worden afgesproken met sociale partners, ook meteen voorgelegd moeten worden aan de uitvoerders. Broers: “Ga tijdig de dialoog aan. Maak haast nu je nog tijd hebt. Zo voorkom je dat je straks tijd moet maken als je haast hebt.”