Naar hoofdinhoud gaan

      De fiscale administratie heeft een gedetailleerde circulaire[1] gepubliceerd die de praktische toepassing van de nieuwe regels[2] verduidelijkt en op een aantal twistpunten ingaat. De circulaire heeft uitsluitend betrekking op de personenbelasting; de circulaires met betrekking tot de rechtspersonenbelasting en de roerende voorheffing worden later nog verwacht.

      Aangezien er ook na deze circulaire nog heel wat praktische vragen blijven bestaan, verwachten we dat verdere updates noodzakelijk zullen zijn. In deze update lichten we al een aantal van de standpunten en verduidelijkingen toe die in het bijzonder relevant zijn voor tax-, legal- en reward‑professionals, ondernemers en HR‑teams die zich bezighouden met internationale mobiliteit.

      1. Emigratie in de loop van 2026

      Door de late publicatie van de wet was de toepassing van de regels voor belastingplichtigen die in 2026 naar het buitenland verhuizen onduidelijk. De fiscus heeft nu bevestigd dat inwoners die vóór 1 mei 2026 emigreren en daardoor fiscaal niet-inwoner worden, niet onderworpen zijn aan de nieuwe meerwaardebelasting. Daarmee wordt meteen ook bevestigd dat belastingplichtigen die vanaf 1 mei 2026 naar het buitenland verhuizen in principe wél onderworpen zijn aan zowel het gewone regime voor gerealiseerde meerwaarden (bv. activa verkocht tussen 1 januari 2026 en de vertrekdatum) als aan de regels inzake de “exit tax”.

      2. Niet-inwoners

      De circulaire bevestigt dat de nieuwe meerwaardebelasting niet van toepassing is op niet-inwoners van België (met uitzondering van voormalige inwoners die emigreerden). Meerwaarden gerealiseerd door niet-inwoners op aandelen van Belgische vennootschappen en die voortvloeien uit speculatie of een abnormaal beheer van privévermogen zijn bijgevolg niet langer belastbaar in het kader van de belasting van niet-inwoners (BNI).

      3. Earn‑out‑clausules en uitgestelde betalingen

      Een uitgestelde betaling van de verkoopprijs stelt de belastingheffing niet uit: meerwaarden zijn in principe belastbaar op het moment van de kwalificerende transactie. Enkel wanneer een deel van de prijs op het moment van de overdracht nog niet definitief vaststaat, wordt de belastingheffing op dat deel uitgesteld tot het moment waarop de prijs definitief wordt vastgesteld. De circulaire bevestigt ook dat de belastingplichtige de toepasselijke vrijstellingen in beide betrokken aanslagjaren kan claimen. 

      Er wordt daarenboven bevestigd dat wanneer in het jaar van de overdracht het regime van aanmerkelijk belang van toepassing is, zowel de betrokken tarieven als de vrijstellingen ook zullen gelden in de volgende jaren waarin het resterende gedeelde van de initiële transactie belastbaar wordt. 

      4. Obligaties aangekocht onder pari

      De fiscus bevestigt de eerder door de minister ingenomen positie dat, voor obligaties die onder pari zijn aangekocht, het verschil tussen de nominale waarde (pariwaarde) en de aanschaffingsprijs een belastbare meerwaarde vormt op het moment van terugbetaling van de fondsen. Belangrijke opmerking hierbij is dat er tevens een verschil kan bestaan tussen de nominale waarde en de uitgifteprijs; de delta tussen die twee waardes kan wel nog belastbaar zijn als interestinkomen in plaats van als meerwaarde. 

      5. Jaarlijkse vrijstelling: meeneembaarheid van 1.000 EUR per jaar

      Naast de basisvrijstelling van 10.000 EUR voorziet de wet in een aanvullende vrijstelling van 1.000 EUR per jaar, die kan worden overgedragen indien de basisvrijstelling grotendeels of volledig onbenut blijft. De belastingplichtige kan de aanvullende vrijstelling in één jaar slechts inzetten voor maximaal 5 keer de aanvullende vrijstelling (huidig bedrag: 5.000 EUR), maar het totale bedrag van de aanvullende vrijstelling dat wordt meegenomen kan verder blijven aangroeien tot meer dan voormeld grensbedrag.

      Op basis van het voorbeeld van de fiscus (zonder rekening te houden met indexatie[3]): als tussen 2026 en 2031 geen meerwaarden worden gerealiseerd, bedraagt het overgedragen bedrag 6.000 EUR (6 x 1.000 EUR). In 2032 beschikt de belastingplichtige over een totale basisvrijstelling van 10.000 EUR en een overgedragen vrijstelling van 6.000 EUR. De overgedragen vrijstelling kan in één jaar maar voor maximaal 5.000 EUR worden gebruikt. Het resterende deel van de aanvullende vrijstelling (1.000 EUR) kan verder naar het volgende jaar worden overgedragen en gaat niet verloren. 

      6. FIFO‑methode per effectenrekening

      De wet schrijft voor dat voor identieke financiële instrumenten de aanschaffingswaarde moet worden bepaald volgens de FIFO‑methode (“first in, first out”). De fiscus verduidelijkt nu dat deze methode per effectenrekening moet worden toegepast, en niet op de globale portefeuille van de belastingplichtige. 

      7. Waarderingsrapporten voor niet‑beursgenoteerde activa

      Indien de gebruikelijke beroepsbeoefenaar van de vennootschap deel uitmaakt van een groep of kantoor dat ook auditdiensten aanbiedt, kan de bedrijfsrevisorentak van dat kantoor de waardering uitvoeren, op voorwaarde dat de audit- en accountancydiensten van de groep zijn ondergebracht in afzonderlijke juridische entiteiten. 

      8. Crypto‑activa – Speculatieve transacties

      Het bestaande fiscale regime inzake “abnormaal beheer” of “speculatie” blijft bestaan, naast het nieuwe regime. Dat betekent dat, net als voor andere financiële activa, meerwaarden op crypto‑activa nog steeds tegen 33 % kunnen worden belast. De fiscus benadrukt in zijn circulaire dat het uitgangspunt blijft dat het handelen in crypto‑activa, net zoals het handelen in andere financiële instrumenten, onder het algemene regime van meerwaardebelasting aan 10 % zal vallen.

      Een belastingheffing aan 33 % legt een specifieke bewijslast op de fiscus, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met het aandeel van de totale investeringen dat naar crypto‑activa gaat, het gebruik van externe financiering en het gebruik van geautomatiseerde processen of tradingsoftware (zoals tradingbots). Deze elementen moeten samen worden beoordeeld. Het is de combinatie van verschillende factoren – en niet één enkel criterium op zich – die kan leiden tot de conclusie dat de transacties een abnormaal of speculatief karakter hebben.

      9. Exit tax: procedure voor het stellen van financiële zekerheid blijft onbepaald

      De circulaire behandelt ook de “exit tax” die speelt wanneer een belastingplichtige zijn fiscale woonplaats naar het buitenland brengt. Wie een optioneel betalingsuitstel aanvraagt van de exit tax (bij een overdracht naar een niet‑kwalificerend land[4]), moet als voorwaarde voor dat uitstel een financiële zekerheid verstrekken. Er is tot op heden geen formele procedure uitgewerkt om die zekerheid te stellen. Belastingplichtigen die dergelijk uitstel willen aanvragen, moeten daarom rechtstreeks contact opnemen met hun lokaal belastingkantoor, meer bepaald de dienst Invordering. Het ontbreken van een gestandaardiseerde procedure valt te betreuren, aangezien dit betekent dat een willekeurige of niet‑uniforme behandeling kan optreden.

      Bijlage II bij de circulaire bevat de lijst met rechtsgebieden die kwalificeren voor automatisch betalingsuitstel. De lijst is beperkt en sluit onder meer het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Canada en China uit. Voor de Verenigde Staten, hoewel het Belgisch‑Amerikaanse verdrag de verplichte bepalingen bevat, is de fiscus van mening dat de reikwijdte van de invorderingsbijstand te beperkt is om te voldoen aan de vereiste. Het valt af te wachten in hoeverre deze interpretatie standhoudt in geval van betwisting.

      10. Maatschappen

      De inbreng van financiële activa in een maatschap leidt niet automatisch tot een belastbare meerwaarde, zolang er geen impliciete ruil plaatsvindt. Indien identieke activa in een maatschap worden gecentraliseerd is de meerwaardebelasting in principe niet van toepassing, waardoor maatschappen – die courant worden gebruikt in vermogensplanning – blijvend kunnen worden ingezet voor zover de omstandigheden daarvoor voldoende nauwkeurig worden gecontroleerd. 

      Voorgaande onderwerpen zijn slechts een selectie van wat besproken wordt in de circulaire. Voor meer gedetailleerde vragen over uw professionele of persoonlijke situatie, aarzel niet om contact op te nemen.  We blijven verdere updates opvolgen en zullen desgevallend verder nieuws delen.


      [1] Circulaire 2026/C/74 of 22 July 2026
      [2] Cf onze voorgaande updates van juli, september, december 2025 en april, mei 2026   

      [3] De bedragen van 10.000 EUR en 1.000 EUR basisvrijstelling en aanvullende vrijstelling worden jaarlijks geïndexeerd, alsook de grens op het gebruik van de aanvullende vrijstelling van 5.000 EUR per jaar. Voor het leesgemak hebben we geen fictieve indexatie toegepast. 
      [4] Er wordt voorzien in automatisch betalingsuitstel van de exit tax wanneer de belastingplichtige zijn woonplaats verplaatst naar een staat binnen de EER of naar een staat waarmee België een dubbelbelastingverdrag heeft dat voorziet in informatieuitwisseling en invorderingsbijstand. Indien de belastingplichtige naar een andere staat verhuist, is er geen automatisch betalingsuitstel, maar kan wel optioneel betalingsuitstel worden aangevraagd. De belastingplichtige in kwestie dient in dat geval een financiële zekerheid te stellen ten aanzien van de fiscus, als voorwaarde voor het betalingsuitstel. 


      Olivier Vanneste

      Partner, Head of People Services | Tax, Legal & Accountancy

      KPMG in Belgium


      People Services

      Expertise in internationale tewerkstelling, immigratie, verloning, fiscaliteit, sociale zekerheid en arbeidsrecht.
      People Services

      Blijf op de hoogte

      Weet als eerste welke zakelijke trends uw bedrijf vooruithelpen.

      stay informed