• Tom van der Heijden, Partner |

De grote economische verbondenheid tussen bedrijven biedt kansen, ook uitdagingen zijn er voldoende in de huidige tijd. Neem de geopolitieke storm, die niet alleen de Europese regeringsleiders maar ook het Nederlandse bedrijfsleven bezighoudt. Tijdens de KPMG RAAD Nieuwjaarsbijeenkomst deelden Jaap de Hoop Scheffer (minister van staat), Menno Snel (voorzitter Element NL) en Robert-Jan Smits (president TU Eindhoven) met de aanwezigen hoe ze dat kunnen aanpakken.

‘Geopolitiek is in 2023 definitief doorgedrongen in de boardroom’, ziet Stephanie Hottenhuis, bestuursvoorzitter KPMG Nederland. ‘Het bedrijfsleven raakt er steeds meer van doordrongen dat de grote verbondenheid van de mondiale economie kansen biedt. Tegelijkertijd zorgt het voor kwetsbaarheden en bedreigingen.’ De behoefte aan kennis over deze uitdagingen is groot. Daarom organiseerde KPMG RAAD een inspirerende nieuwjaarsbijeenkomst voor topbestuurders, commissarissen en NextGen. 

Twee supermachten

‘Vergeet het beeld van dé supermacht waarmee u bent opgegroeid’, benadrukte Jaap de Hoop Scheffer. Er zijn inmiddels twéé supermachten – de Verenigde Staten en China – op het hoofdtoneel, volgens de minister van staat en emeritus hoogleraar International Relations & Diplomatic Practice. Dat inzicht is cruciaal om de ontwikkelingen in de mondiale economie te duiden. ‘In Europa moeten we positie bepalen tussen de VS enerzijds en China anderzijds.’ Het NAVO-bondgenootschap met Amerika geeft veiligheidsgaranties – zeker rond de oorlog in Oekraïne – maar het recente Amerikaanse beleid tegen China levert volgens De Hoop Scheffer juist weer risico op. Moeten wij de Amerikanen daarin volgen, of juist niet? Nederland bevindt zich in het oog van die storm met halfgeleidermachineproducent ASML. Het niet volgen van de bondgenoot kan tot spanning in de trans-Atlantische betrekkingen leiden, ziet De Hoop Scheffer. 

Geopolitieke storm

Het is een geopolitieke storm waarin naast de Europese regeringsleiders ook het bedrijfsleven zich bevindt. Stephanie Hottenhuis (KPMG Nederland) ziet dagelijks hoe geopolitiek is doorgedrongen in de boardrooms. ‘Dat heeft invloed op alle delen binnen bedrijven; de producten en diensten, de
supplychain en ook de samenwerkingsverbanden.’ De energiecrisis zet dit verder op scherp. Door de hoge prijzen dreigt de-industrialisatie in Europa. ‘Industriële bedrijven komen door de hoge energieprijzen in Europa in de verleiding om hun productie te verplaatsen. Naar bijvoorbeeld de Verenigde Staten of China, waar energie veel goedkoper is.’ 

Slowbalisation

Bedrijven hebben voordeel bij een Europees industriebeleid, zo zien naast De Hoop Scheffer ook sprekers Menno Snel (Element NL) en Robert-Jan Smits (TU Eindhoven). De twee supermachten maken hun eigen plan, zoveel is duidelijk. De recente introductie van de Amerikaanse Inflation Reduction Act (IRA) bevestigt dit nog eens, verklaart Snel. De oud-staatssecretaris van Financiën schetst hoe de IRA het voor Europese bedrijven voordeliger maakt om in de Verenigde Staten te investeren. IRA omvat circa USD 369 miljard (circa EUR 338) aan subsidies voor de ontwikkeling van duurzame technologieën. ‘Biden doet er alles aan om bedrijven en investeerders ervan te overtuigen dat Amerika het groene continent is.’ Dergelijke nationaal gerichte maatregelen zijn van invloed op de wereldwijde handel. ‘Niet voor niets introduceerde het IMF laatst de term slowbalisation. Een verwijzing naar de afnemende economische globalisatie.’

Een gezamenlijk steunplan binnen de Europese Unie kan tegenwicht bieden aan de Amerikaanse miljardensubsidie. Veel lastiger te organiseren, weet Snel. Al kijken Frankrijk, Spanje en Duitsland naar de mogelijkheden. ‘We hebben veel regels in Europa die het lastig maken om een Nederlands bedrijf voorrang te geven op een buitenlandse concurrent. De Amerikanen hebben daar geen enkele moeite mee. Als econoom ben ik voorstander van de vrije handel, maar ik geloof dat de energietransitie waar we in zitten baat heeft bij een overheid die innovatieve bedrijven stimuleert.’

Kennis in de wereld

‘Het laatste wat we nodig hebben is een subsidieoorlog tussen Europa en de VS’, zegt Robert-Jan Smits. De president van de TU Eindhoven noemt angst een slechte drijfveer. ‘Er moet wel meer samenwerking komen, anders kan Europa niet verder.’ Hij is overtuigd van de kracht van Europa. ‘Met 7% van de wereldbevolking genereren wij nog steeds 1/3 van de kennis in de wereld. Onze Europese greentechs lopen voor op de Amerikanen. Laten we onze eigen sterktes koesteren. Binnen Europa staat Nederland er als kennisland goed voor. Alles is er: goed opgeleide mensen, sterke bedrijven en goed ondernemerschap.’

Luie bedrijven

Belangrijk dat de regels de groei niet hinderen, vindt Smits. Brussel stak in 2019 een stokje voor de beoogde overname van de Franse treinbouwer Alstom door de Duitse industriële groep Siemens. ‘Een ondenkbare beslissing in de huidige tijd, de mededingingsregels voldoen duidelijk niet meer.’ De pandemie heeft de strategische discussie over de maakindustrie ook op dat gebied in perspectief gezet. ‘Vergeet niet dat 80% van de chipproductie in de afgelopen 30 jaar is verdwenen naar het Oosten. De vraag is nu hoe we een deel daarvan kunnen terugbrengen.’
Maar maakt staatssteun – in welke vorm dan ook – bedrijven dan niet lui, zoals vaak wordt gedacht? Volgens Snel vraagt dat om een gerichte aanpak die geen protectie op bedrijfsniveau biedt maar op marktniveau. De huidige Europese CO2-tax is een best practice. ‘We hebben bepaald dat elke partij die een product op de Europese markt wil zetten dat Europese bedrijven zelf aanbieden eenzelfde soort heffing moet betalen. Zo houd je een level playing field.’

Groene industriepolitiek

Europese samenwerking heeft dus veel voordelen. Maar wat moet er precies op de agenda? Het regeerakkoord waarin twee jaar geleden de groene industriepolitiek is beschreven biedt inspiratie. ‘We stimuleren met een duidelijke strategie een maakindustrie die vooroploopt’, citeert Snel. Tot zover de theorie; in de praktijk treffen lastenverzwaringen en de noodzaak tot CO2-reductie de maakindustrie. Die industriepolitiek mag volgens de drie sprekers wel wat meer concreet. Het goede nieuws: de middelen zijn er. Het Klimaatfonds en het Transitiefonds kunnen helpen bij het realiseren van de ambities van de groene industriepolitiek en het verduurzamen van de industrie in Nederland. Volgens Smits kunnen we een voorbeeld aan de VS nemen als het gaat om de uitvoering. ‘De IRA is snel, efficiënt en simpel. De besluitvorming duurt zowel in Europa als in Nederland te lang.’ Ook De Hoop Scheffer ziet mogelijkheden, bijvoorbeeld door de diverse technologieregio’s in Wageningen, Groningen en Eindhoven te stimuleren. De infrastructuur vraagt daarbij wel om verbetering. ‘Het is opmerkelijk dat ik er nog net zo lang over doe om met de trein naar Groningen te rijden als 50 jaar geleden.’ 

Strategische autonomie

Het belang van de maakindustrie krijgt bijval vanuit de zaal. Een van de deelnemers is benieuwd hoe het lukt om het verschil in energiekosten te overbruggen. ‘Anders dan de Amerikanen zijn wij in Europa niet zelfvoorzienend. Kun je het oplossen zonder veel te investeren in nucleaire energie?’ Snel ziet oplossingen in de groene industriepolitiek. ‘Denk aan de verdere ontwikkeling van waterstof. Dat sluit bovendien aan bij een beleid dat is gericht op strategisch autonomie. Dat hebben we wel geleerd van onze afhankelijkheid van het Russische gas. Er is voor nu geen makkelijke oplossing, maar al ons beleid moet gericht zijn op autonomie op de lange termijn.’

Omhelzen van bedrijven

In de zaal vraagt een deelnemer zich af of het kabinet niet wat meer focus in de industriepolitiek moet aanbrengen. ‘Bepaal welke sectoren je wilt omhelzen en behouden. Je ziet dat men dat in Duitsland en Frankrijk bepaalde voorkeuren uitspreekt. Zouden we dat meer moeten doen?’ Smits ziet voordelen in het gericht en voor een langere periode steunen van bijvoorbeeld de maakindustrie. Hij citeert hoogleraar Mariana Mazzucato die betoogt dat de overheid geen markten moet repareren, maar markten moet creëren. ‘We moeten kiezen, maar niet voor een specifieke technologie, sector of bedrijf’, zegt Snel. Een voorbeeld van een succesvolle sectorneutrale aanpak is de succesvolle introductie van elektrisch rijden. ‘Het kabinet heeft toen bepaald: vanaf 2030 verkopen wij in Nederland geen nieuwe elektrische auto’s meer. Dat gaf vertrouwen aan investeerders in de auto- en laadpaalindustrie. In Nederland is elektrisch rijden als gevolg daarvan veel sneller geïntroduceerd dan in andere landen in Europa.’

Nieuwe generaties houden ons scherp

Duidelijk is dat de geopolitieke uitdagingen vragen om concrete keuzes van de overheid en het bedrijfsleven. Snel ziet dat de overheid het bedrijfsleven kan steunen door het versimpelen en versnellen van processen. Bijvoorbeeld rond vergunningen. ‘Het verkrijgen van de juiste vergunning duurt soms jaren, dat zagen we ook bij Invest-NL. Die processen zijn we misschien wel gewend vanuit het polderen, maar dat is niet meer van deze tijd.’ De Hoop Scheffer geeft graag veel ruimte aan nieuwe generaties die zeer ondernemend zijn en het verschil kunnen maken. ‘Zij houden ons scherp én in de gaten.’ Smits sluit daarbij aan: ‘Wanneer ik de studenten zie aan onze kennisinstellingen, heb ik alle vertrouwen in de toekomst.’ Maar Snel wil dat de bestuurders in de zaal er juist voor waken om de broodnodige verandering alleen bij de nieuwe generatie neer te leggen. ‘Laat iedereen van alle generaties kijken naar wat ze nú al kunnen doen.’