• Monica Swalef, Partner |
  • Tom van der Heijden, Partner |

In Den Haag wordt nog volop gesteggeld over de precieze invulling van het Wetsvoorstel toekomst Pensioenen, onderdeel van het Pensioenakkoord. Maar in de tussentijd moeten werkgevers, ondernemingsraden, vakverenigingen, pensioenfondsen en pensioenuitvoerders al volop aan de slag. Wat zijn de thema’s waarin raden van commissarissen zich de komende jaren moeten vastbijten? “Blijf continu verifiëren bij pensioenuitvoerders of hetgeen je wíl, ook daadwerkelijk kán.”

Welgeteld één hand ging de lucht in. Renée de Boo, partner bij KPMG en gespreksleider, had de aanwezige commissarissen gevraagd of er in hun RvC ‘voldoende kennis’ aanwezig is over de pensioentransitie. Zo werd de noodzaak van deze avond, georganiseerd door het KPMG RAAD Board Program, snel duidelijk.

Monica Swalef, Head of Pensions bij KPMG, mocht 16 november 2022 op het KPMG-hoofdkantoor het spits afbijten. Dat doet ze met een kort college ‘van nul tot nu’, waarin ze de aanwezigen – commissarissen van publieke en private organisaties – meeneemt door de geschiedenis van het Nederlandse pensioenstelsel, en stilstaat bij ‘de bijzondere rol van de commissaris’.

Begin bij het begin

Swalef drukt haar toehoorders op het hart om zich de basis van het stelsel – de driehoek werkgever, pensioenuitvoerder en werknemer – nog eens goed eigen te maken. “Begin altijd bij het begin. Dat klinkt als een open deur, maar in de praktijk beginnen we te vaak in midden.”

Pensioen, doceert Swalef, is gemiddeld 20 procent van de loonsom van elk bedrijf, maar vaak ook een ‘black box’. De uitdaging voor de komende jaren is om het pensioen ‘dichter bij de mensen te krijgen’. Dat wordt des te urgenter nu alle voorstellen voor wijzigingen van het Wetsvoorstel toekomst pensioenen ‘het overzicht en het zicht op de dwarsverbanden’ dreigen te vertroebelen.

In het kort komt het nieuwe stelsel erop neer dat we van belofte van uitkering overgaan op een zekere inleg. Het pensioen wordt persoonlijker en transparanter. Tegelijkertijd wordt duidelijker dat de hoogte van de uitkering onzeker is. Pensioenfondsen moeten de huidige pensioenregelingen ‘invaren’ in het nieuwe stelsel, door Swalef samengevat als ‘de pot met geld door een rekensom halen’. Invaren wordt de norm, tenzij het echt niet anders kan. 

Zeven hoofdthema’s voor RvC’s

In de transitie zijn er zeven hoofdthema’s waarop RvC’s zich volgens Swalef moeten toeleggen. Dit zijn: de nieuwe pensioenregeling, adequate compensatie, invaren, opdrachtverstrekking, communicatie, stakeholdermanagement en het voorkomen van (persoonlijke) aansprakelijkheid.

Dit zijn geen thema’s die pas aan bod komen in de fases waarin de transitie wordt ingedeeld. Deze fases (arbeidsvoorwaardelijk, onderbrenging en implementatie) zijn misleidend: alle fases lopen parallel. “Je kunt niet pas over drie jaar met de uitvoering beginnen. Als de pensioenuitvoerder dan zegt: dit kan niet, dan ga je al over de deadline heen.” Dat geldt ook voor de hoofdthema’s. “Communicatie en stakeholdermanagement zijn permanent. Die moeten vanaf dag één worden opgepakt.”

Swalef maakt zich zorgen over (persoonlijke) aansprakelijkheid. De eerste Amerikaanse advocaten zijn al in Nederland neergestreken. “Zij ruiken een kans. Er wordt nu een markt gecreëerd.”

Stakeholdermanagement verdient blijvende aandacht. “Neem partners mee. Zet ze nooit op kennisachterstand omdat je denkt dat dit handig uitkomt in latere onderhandelingen. Alleen zo bouw je aan vertrouwen. Een transitieplan moet in overleg met pensioenuitvoerders worden opgesteld. Blijf continu verifiëren of hetgeen je wíl, ook daadwerkelijk kán.”

‘Nieuwe stelsel past bij deze tijd’

Daarna was het de beurt aan Marcel van de Grift (Wtp-team, Pensioenfederatie) en Peter Zegger (Head of Group Finance, COFRA Holding AG). Om de toehoorders het volledige plaatje mee te geven, en de discussie op scherp te zetten, hielden zij een betoog vóór en tégen het nieuwe stelsel.

Van de Grift steunt het nieuwe pensioenstelsel. Het opvangen van tegenvallers uit premies, zoals nu gebeurt, is ‘macro-economisch onaanvaardbaar’. Als de premie gemaximeerd is dan moet worden gekozen: of een lager ambitieniveau of een minder zeker pensioen. Bovendien is de arbeidsmarkt ingrijpend veranderd. Nederland telt 1,1 miljoen zzp’ers en 2,6 miljoen flexibele arbeidscontracten, terwijl het huidige stelsel is gebouwd op langdurige vaste dienstverbanden. Ouderen zijn ontevreden over het gebrek aan indexatie en jongeren vragen zich af er nog geld voor hen overblijft.

Het nieuwe stelsel, somt hij op, sluit beter aan op de arbeidsmarkt. Ook zorgt het volgens hem voor een meer koopkrachtig pensioen, omdat uitkeringen sneller kunnen worden verhoogd. Maar het eerlijke verhaal is dat er ook sneller kan worden gekort. Daarnaast wordt het pensioen meer persoonlijk dan in het huidige stelsel.

‘Nieuwe stelsel niet beter of goedkoper’

Zegger is het daar niet mee eens. Hij erkent de tekortkomingen van het systeem, maar betoogt dat die ook opgelost hadden kunnen worden binnen het huidige stelsel. Hij vraagt zich hardop af wat nu eigenlijk het probleem was. Het Nederlandse pensioenstelsel behoort tot de beste ter wereld. Gepensioneerden zien gemiddeld 90 procent van hun laatstverdiende netto loon terug. Ook de kosten van het stelsel zijn wereldwijd gezien niet bijzonder hoog en de rendementen zijn goed.

Volgens Zegger moet het huidige systeem ‘redelijker en reëler’. In plaats daarvan krijgen we valse verwachtingen voorgeschoteld over de toekomst. Zo hebben vakbonden geroepen dat ‘we er allemaal op vooruitgaan’ en ’10 tot 20 procent’ hogere uitkeringen tegemoet kunnen zien. Gevaarlijke beloftes, vindt Zegger. Er komt niet opeens meer geld om te verdelen, de kosten gaan niet omlaag en de rendementen zouden zomaar kunnen dalen.

De avond werd beëindigd met een paneldiscussie en een gesprek met de zaal. Vragen waren er nog genoeg, maar duidelijk werd dat de aanwezige commissarissen in elk geval huiswaarts keerden met een breder begrip van de pensioentransitie. Zoals een flink aantal commissarissen na afloop zeiden ‘we gaan snel in onze organisatie vragen stellen over waar we staan in het proces’. Mooi - dat de handschoen om actie op dit maatschappelijk heel relevante thema direct door deze commissarissen werd opgepakt.