Naar hoofdinhoud gaan

      Na de publicatie van de eerste circulaire over de nieuwe meerwaardebelasting, die hoofdzakelijk betrekking had op de personenbelasting (cf. onze update van juli), heeft de Belgische fiscus onlangs een tweede circulaire gepubliceerd die focust op het mechanisme van de roerende voorheffing. De administratieve duiding heeft betrekking op zowel (i) in België gevestigde financiële tussenpersonen met een algemene inhoudingsplicht als (ii) rechtspersonen onderworpen aan de Belgische rechtspersonenbelasting die de belasting zelf moeten aangeven en betalen, onder meer via een aangifte in de roerende voorheffing.

      Hoewel de meerwaardebelasting van toepassing is sinds 1 januari 2026, zijn de verplichtingen inzake roerende voorheffing pas op 1 juni in werking getreden. De nieuwe circulaire bouwt voort op de beginselen die werden ingevoerd bij Koninklijk Besluit van 27 mei 2026 (cf. onze update van mei) en consolideert in hoofdzaak het bestaande kader wat betreft de roerende voorheffing, terwijl ook enkele praktische zaken worden verduidelijkt. Wij geven hieronder de meest relevante zaken uit de circulaire mee.

      1. Niet alle kwalificerende meerwaarden zijn onderworpen aan roerende voorheffing

      De reikwijdte van de inhoudingsplicht is beperkt.

      Vooreerst is de roerende voorheffing in beginsel uitsluitend van toepassing op meerwaarden van ‘categorie C’, d.w.z. de categorie die tegen 10% wordt belast en waarbij de verkrijger van de meerwaarden een Belgisch fiscaal inwoner is. Zij is niet van toepassing op interne meerwaarden (categorie A) en aanmerkelijk belang (categorie B). De tussenpersonen dienen niet te beoordelen of de verrichting als categorie A of B kan kwalificeren; in de praktijk zullen zij dus steeds moeten inhouden aan 10%. Indien 10% roerende voorheffing werd ingehouden, is het aan de belastingplichtige om de meerwaarden in zijn aangifte in de personenbelasting aan te geven als interne meerwaarden of aanmerkelijk belang, wanneer die regimes van toepassing zijn.

      Daarnaast zijn alleen ‘financiële instrumenten’ (aandelen, obligaties, ETF’s, enz.) en ‘verzekeringsovereenkomsten en kapitalisatieverrichtingen’ onderworpen aan roerende voorheffing. Verschillende categorieën belastbare meerwaarden vallen bijgevolg buiten het toepassingsgebied. Dit geldt bijvoorbeeld voor cryptoactiva en beleggingsgoud. Dergelijke meerwaarden zullen steeds moeten worden aangegeven in de jaarlijkse aangifte.

      2. De voorheffing kan hoger uitvallen dan de uiteindelijke belastingschuld

      Hoewel dit geen nieuw gegeven is, is het van uitermate groot belang: de berekening van de belastbare grondslag voor de roerende voorheffing verschilt van de grondslag voor de personenbelasting. In België gevestigde financiële tussenpersonen zullen de roerende voorheffing inhouden zonder rekening te houden met de jaarlijkse vrijstellingen (zoals de 10.000 EUR-vrijstelling), aftrekbare minderwaarden en, voor activa die vóór 2026 werden aangehouden, hogere historische aanschaffingswaarden:

      • Voor financiële instrumenten die uiterlijk op 31 december 2025 werden verworven, zal de tussenpersoon in beginsel steeds de referentiewaarde op 31 december 2025 in acht nemen; en
      • Voor financiële instrumenten die vanaf 1 januari 2026 werden verworven, zal de tussenpersoon in beginsel rekening houden met de werkelijke aanschaffingswaarde (indien die informatie beschikbaar is of naar behoren wordt aangetoond).

      Wanneer de aanschaffingswaarde niet kan worden aangetoond, zal de belasting worden ingehouden op basis van de volledige opbrengst, in plaats van werkelijke meerwaarde. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer activa tijdens hun looptijd naar een andere financiële instelling werden overgedragen. Intussen heeft de financiële sector evenwel een gedragscode afgesproken om ervoor te zorgen dat nodige informatie consequent wordt gedeeld en dergelijke situaties zoveel mogelijk worden vermeden (via een gestandaardiseerd model).

      Voor de roerende voorheffing moet de first-in-first-outmethode (FIFO) worden toegepast. Wanneer bedragen in vreemde valuta zijn uitgedrukt, moeten zij zowel bij de verwerving als bij de overdracht onder bezwarende titel worden omgerekend naar EUR tegen de respectievelijke wisselkoersen.

      Eventuele facultatieve of verplichte correcties zullen bijgevolg via de jaarlijkse aangifte in de personenbelasting moeten gebeuren.

      Zo kan voor jongere belastingplichtigen, die mogelijks geen ander belastbaar inkomen hebben, ook de globalisatie van de inkomsten via de aangifte voordelig zijn. De belastingvrije som kan de belastingschuld volledig tot nul herleiden, ook met betrekking tot meerwaarden waarop bijvoorbeeld roerende voorheffing werd ingehouden.

      Voor rechtspersonen ligt de situatie echter anders, aangezien zij zelf de roerende voorheffing verschuldigd zijn. De vrijstellingen kunnen daarom reeds op het niveau van de roerende voorheffing in aanmerking worden genomen.

      Daarentegen kan de roerende voorheffing van 10% ook lager zijn dan de uiteindelijke belastingschuld. Dit zou het geval zijn wanneer de meerwaarden kwalificeren als interne meerwaarden (33%) of als meerwaarden op een aanmerkelijk belang dat wordt overgedragen naar een koper buiten de EER (16,5%). Dit doet zich evenzeer voor wanneer de inkomsten kwalificeren als speculatief of als abnormaal beheer van het privévermogen (33% + gemeentebelastingen).

      3. Opt-out leidt tot fiscale fiches

      Wanneer belastingplichtigen hebben gekozen voor een opt-out van de roerende voorheffing (voor meer details, cf. circulaire 2026/C/74), zijn Belgische financiële tussenpersonen wettelijk verplicht om de meerwaarden en de identificatiegegevens van de begunstigden via jaarlijkse fiscale fiches aan de Belgische fiscale administratie te rapporteren. De circulaire herhaalt de rapporteringsverplichtingen die bij Koninklijk Besluit werden opgelegd en voegt enkele praktische details toe.

      Fiches 281.08 en 281.09 werden daartoe ingevoerd; de eerste is van toepassing op effectenrekeningen en de tweede op verzekeringsovereenkomsten. Deze fiches moeten vóór 1 maart van het volgende jaar elektronisch via BELCOTAX worden ingediend.

      Dergelijke fiscale fiches zijn logischerwijs niet vereist voor meerwaarden waarvoor geen verplichting tot inhouding van roerende voorheffing geldt.

      4. Inhoudingsverplichtingen voor bepaalde rechtspersonen

      De circulaire behandelt ook rechtspersonen die aan de Belgische rechtspersonenbelasting zijn onderworpen.

      Bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk en andere kwalificerende rechtspersonen zijn onderworpen aan de meerwaardebelasting, met vrijstellingen voor non-profits die recht hebben op fiscaal gefaciliteerde giften.

      Zoals vermeld, zijn deze rechtspersonen voor meerwaarden van categorie C zelf de roerende voorheffing verschuldigd (en dus niet de Belgische financiële tussenpersoon). Hun meerwaarden worden geacht te zijn toegekend op de laatste dag van het belastbare tijdperk (het kalenderjaar), zodat één jaarlijkse aangifte in de roerende voorheffing volstaat.

      5. Overgangsmaatregelen en praktische aspecten

      Gelet op de laattijdige goedkeuring van de wetgeving voorzag de wet reeds zelf in bepaalde uitzonderingen voor 2026. De circulaire bevestigt deze regels. Voor meerwaarden die tussen 1 januari en 31 mei 2026 werden gerealiseerd, is de inhouding van roerende voorheffing niet verplicht. Belastingplichtigen konden echter uiterlijk op 31 augustus 2026 verzoeken om vrijwillige inhouding van roerende voorheffing.

      De Belgische tussenpersonen genieten een verlengde termijn tot 30 november 2026 voor de betaling van deze vrijwillige inhouding, samen met de voorheffing die werd ingehouden op meerwaarden die tussen 1 juni en 31 augustus 2026 werden gerealiseerd. Dit wijkt af van de gewone termijn van 15 dagen.

      De administratie heeft inmiddels het toepasselijke aangifteformulier 273 voor de roerende voorheffing aangepast om rekening te houden met dit nieuwe type roerende voorheffing op meerwaarden.

      Kris Lievens

      Partner, Head of Corporate Tax | Tax, Legal & Accountancy

      KPMG in Belgium

      Ontdek meer

      Wat zijn de elementaire fiscale doelstellingen van de meeste bedrijven?

      Vind je weg in het Belgische belastinglandschap en blijf op de hoogte van de laatste fiscale inzichten en evenementen.

      Blijf op de hoogte

      Weet als eerste welke zakelijke trends uw bedrijf vooruithelpen.

      stay informed