Naar hoofdinhoud gaan

      Hoewel de invoering van een verplicht mobiliteitsbudget nog steeds onderhevig is aan wettelijke vertragingen, doen werkgevers er goed aan rekening te houden met verschillende andere belangrijke wijzigingen aan het mobiliteitsbudget die reeds gepland zijn om op 1 januari 2026 in werking te treden. Naast deze inhoudelijke aanpassingen zullen ook de minimum- en maximumbedragen van het mobiliteitsbudget worden geïndexeerd. Hieronder geven we een overzicht van de huidige stand van zaken rond het verplichte mobiliteitsbudget, evenals een samenvatting van de bevestigde wijzigingen en de aangepaste drempelbedragen waarmee werkgevers in de loop van het komende jaar rekening zullen moeten houden.

      Verplicht mobiliteitsbudget: definitieve wetgeving laat nog op zich wachten

      Als onderdeel van het federale regeerakkoord 2025-2029 heeft de Belgische regering voorgesteld om over te stappen van een vrijwillig naar een verplicht mobiliteitsbudget. Volgens de voorgestelde hervorming zouden werkgevers die gedurende meer dan 36 maanden – al dan niet opeenvolgend – één of meer bedrijfswagens ter beschikking stellen aan werknemers, wettelijk verplicht worden om een mobiliteitsbudget aan te bieden.

      Aanvankelijk was voorzien dat deze nieuwe verplichting op 1 januari 2026 in werking zou treden. Recente ontwikkelingen hebben het wetgevingsproces echter vertraagd. Daardoor lijkt de oorspronkelijke timing van 1 januari 2026 niet langer haalbaar.

      Er wordt verwacht dat de wetgeving, zodra deze wordt aangenomen, zal voorzien in een overgangsperiode van één jaar (vanaf de datum van inwerkingtreding), zodat werkgevers voldoende tijd krijgen om zich aan de nieuwe verplichtingen aan te passen.

      Daarnaast zouden bepaalde vrijstellingen worden voorzien voor ondernemingen die met financiële moeilijkheden kampen. Ook het debat over de vraag of en vanaf wanneer kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) verplicht zouden moeten worden om een mobiliteitsbudget aan te bieden, is nog steeds lopende.

      Tot slot zouden werkgevers, om misbruik te voorkomen en onwerkbare verplichtingen te vermijden, bepaalde categorieën werknemers nog steeds mogen uitsluiten van het aanbod van een mobiliteitsbudget op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria. Daarbij kan de aard van de functie van de werknemer een doorslaggevende rol spelen. Zo is het bijvoorbeeld de vraag of een vertegenwoordiger die voortdurend de baan op moet, in de praktijk wel zonder een door de werkgever ter beschikking gestelde bedrijfswagen kan functioneren.

      KPMG volgt de verdere ontwikkelingen op de voet en zal u op de hoogte houden zodra het wetgevingsproces in de komende weken wordt hervat.

      Andere bevestigde wijzigingen vanaf 2026

      Volgens de huidige wetgeving staan verschillende wijzigingen aan het mobiliteitsbudget reeds vast en zullen deze op 1 januari 2026 in werking treden. Werkgevers doen er dan ook goed aan deze wijzigingen niet uit het oog te verliezen.

      Pijler 1: Enkel volledig elektrische voertuigen

      Vanaf 1 januari 2026 zullen binnen het mobiliteitsbudget enkel nog volledig elektrische voertuigen als milieuvriendelijk worden beschouwd. De huidige mogelijkheid om te kiezen voor een wagen met een CO₂-uitstoot onder een bepaalde drempel (tot en met 31 december 2025: maximaal 95 g CO₂/km) verdwijnt. De verplichting tot nuluitstoot zal gelden voor alle bedrijfswagens die vanaf die datum binnen pijler 1 worden aangekocht of geleased. Concreet betreft dit voertuigen waarvoor het bestelbon werd ondertekend of de leaseovereenkomst werd afgesloten op of na 1 januari 2026.

      Pijler 2: duurzame elektrische mobiliteitsoplossingen

      Zachte mobiliteit

      Vanaf 1 januari 2026 komen binnen deze pijler enkel nog gemotoriseerde voertuigen zonder uitstoot in aanmerking, zoals elektrische bromfietsen, elektrische motorfietsen en driewielers. Deze voorwaarde van nuluitstoot geldt voor alle dergelijke voertuigen die vanaf die datum door de werknemer worden aangekocht of geleased.

      Gedeelde mobiliteitsoplossingen

      Vanaf 1 januari 2026 zullen voor de toegelaten vormen van gedeelde mobiliteit, zoals taxi- en ritdiensten (bv. Uber), voertuigen gebruikt voor carpooling en autodelen (bv. Cambio), enkel nog voertuigen zonder uitstoot in aanmerking komen.

      Het is dan ook essentieel dat werkgevers hun mobiliteitsbeleid en interne documentatie tijdig aanpassen en deze wijzigingen duidelijk communiceren aan hun werknemers. Daarnaast brengt deze nieuwe regel ook praktische uitdagingen met zich mee. Werkgevers zullen immers moeten kunnen nagaan of de door werknemers ingediende kosten daadwerkelijk betrekking hebben op een emissievrij voertuig. Zo kan het bijvoorbeeld moeilijk zijn om achteraf te verifiëren of voor een taxirit of een gedeeld voertuig effectief een voertuig zonder uitstoot werd gebruikt.

      Indexering van de minimum- en maximumbedragen van het mobiliteitsbudget

      Sinds 1 januari 2022 moet het mobiliteitsbudget dat aan een werknemer wordt toegekend minimaal EUR 3.000 bedragen en mag het niet hoger zijn dan één vijfde van het brutojaarsalaris, met een absoluut maximum van EUR 16.000 per kalenderjaar. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. Voor 2026 bedraagt het minimumbudget EUR 3.233, terwijl het maximumbudget wordt opgetrokken tot EUR 17.244.

      Werkgevers moeten erop toezien dat deze drempelbedragen worden gerespecteerd op de volgende tijdstippen:

      • bij de vaststelling van het mobiliteitsbudget (met andere woorden wanneer een werknemer instapt in het mobiliteitsbudget);
      • bij een functiewijziging of promotie;
      • op 1 januari van elk jaar.

      Werknemers voor wie het mobiliteitsbudget momenteel is begrensd op EUR 16.875, kunnen daardoor in 2026 in aanmerking komen voor een hoger mobiliteitsbudget. Ook wijzigingen in het salaris kunnen een impact hebben op de berekening van de grens van 20% van het brutojaarsalaris, die mee bepalend is voor de maximale hoogte van het mobiliteitsbudget.

      Hoe kan KPMG u helpen?

      KPMG kan werkgevers ondersteunen bij het navigeren door het voortdurend evoluerende landschap van het Belgische mobiliteitsbudget. Onze experten begeleiden u bij het voldoen aan de toepasselijke wettelijke vereisten, helpen u bij het actualiseren van uw interne beleidslijnen en zorgen ervoor dat uw organisatie klaar is voor zowel de bevestigde als de verwachte wijzigingen.

      Heeft u vragen over de impact van deze veranderingen op uw organisatie of wenst u ondersteuning bij de implementatie van het mobiliteitsbudget? Neem dan contact op met uw vertrouwde KPMG-contactpersoon of spreek rechtstreeks een van onze specialisten aan.

      Olivier Vanneste

      Partner, Head of People Services | Tax, Legal & Accountancy

      KPMG in Belgium

      Blijf op de hoogte

      Weet als eerste welke zakelijke trends uw bedrijf vooruithelpen.

      stay informed