Naar hoofdinhoud gaan

      Op 29 mei 2026 heeft het Parlement finaal toch de programmawet goedgekeurd met verschillende fiscale maatregelen ter uitvoering van het begrotingsakkoord van 24 november 2025. De wet is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 1 juni 2026 waarbij sommige maatregelen in werking treden op 11 juni 2026 en andere op 1 juli 2026.

      VVPRbis en liquidatiereserve

      De programmawet brengt nieuwe aanpassingen aan in de VVPRbis‑regels en in het regime van de liquidatiereserve in navolging van de eerdere wijzigingen door de Programmawet van 18 juli 2025 (cf. onze vorige nieuwsbrief in dit verband).

      • Wat betreft de VVPRbis‑regeling, zullen uitkeringen na de wachtperiode van 3 jaar vanaf 1 juli 2026 worden belast tegen 18% in plaats van 15%.
      • Wat betreft de liquidatiereserve, zullen uitkeringen uit de liquidatiereserve na de wachtperiode van 3 jaar worden belast tegen 9,8% in plaats van 6,5%, voor liquidatiereserves aangelegd met betrekking tot boekjaren die eindigen op of na 31 december 2025. Samen met de initiële heffing in de vennootschapsbelasting van 10% bij het aanleggen van de liquidatiereserve, komt de totale belastingdruk op 18%. Elke wijziging van de datum van het einde van het boekjaar vanaf 24 november 2025 die niet in hoofdzaak kan worden gerechtvaardigd door andere motieven dan het vermijden van belastingen, zal niet worden meegenomen voor het bepalen van de datum waarop de verlaagde liquidatiereserve oorspronkelijk werd aangelegd. De nieuwe regels zijn van toepassing op dividenden die worden betaald of toegekend vanaf 11 juni 2026.

        Bovendien zal de uitkering van de liquidatiereserve in geval van liquidatie niet langer zijn vrijgesteld indien de begunstigde binnen 3 jaar na de uitkering rechtstreeks of onrechtstreeks de functie van bedrijfsleider uitoefent in een vennootschap met dezelfde of soortgelijke activiteiten als de uitkerende vennootschap, tenzij het in hoofdzaak kan worden gerechtvaardigd door andere motieven dan het verkrijgen van de vrijstelling. Het dividend wordt dan belast in het jaar waarin dit zich voor het eerst voordoet binnen de periode van 3 jaar. In dat geval geldt ook een aangifteplicht (m.a.w.: geen bevrijdende roerende voorheffing). De antimisbruikmaatregel zal van toepassing zijn vanaf 1 juli 2026.

      Inkomen uit auteursrechten

      Terwijl de reikwijdte van het auteursrechtenregime opnieuw wordt uitgebreid naar computerprogramma’s, zal de forfaitaire kostenaftrek van 25% tot 50% alleen worden toegekend indien de belastingplichtige beschikt over een kunstwerkattest (cf. artikel 7 van de Wet van 16 december 2022 en artikel 12, § 8 van het KB van 13 maart 2023). Deze voorwaarde is van toepassing op inkomsten betaald of toegekend vanaf 1 januari 2026 of, voor de toepassing van de roerende voorheffing, op inkomsten betaald of toegekend vanaf 11 juni 2026.

      Vrijstellingen doorstorting van bedrijfsvoorheffing

      Om de budgettaire kost van de BV-vrijstellingen te beperken, moet in de toekomst een correctiefactor worden toegepast op het vrijgestelde bedrag:

      • tussen 1 januari 2027 en 31 december 2027: 97%;
      • tussen 1 januari 2028 en 31 december 2028: 93,35%;
      • vanaf 1 januari 2029: 95,9%;

      Deze correctiefactor is van toepassing op alle vrijstellingen: nacht‑ en ploegenarbeid, onderzoek en ontwikkeling, steunzones, enz.

      Vergeleken met het ontwerp van de programmawet zijn bij wijze van amendement twee bijkomende toevoegingen aangenomen:

      • de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor nacht‑ en ploegenarbeid wordt afgestemd op de wijzigingen van het arbeidsrecht vanaf 1 juni 2026, en
      • de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor seizoensarbeid in de fruit‑ en groentesector wordt opnieuw ingevoerd rekening houdend met het arrest van het Grondwettelijk Hof van 1 januari 2026.

      Wijzigingen in het Wetboek diverse rechten en taksen

      Taks op effectenrekeningen

      Het tarief wordt verhoogd van 0,15% naar 0,3% voor referentieperiodes die eindigen op of na 1 juni 2026.

      Jaarlijkse taks op kredietinstellingen

      Vorig jaar werd het tarief van de banktaks verhoogd van 0,13231% en 0,17581% naar 0,15205% en 0,20204% respectievelijk vanaf aanslagjaar 2026, maar de programmawet bevat een verdere verhoging naar 0,19286% en 0,25626% respectievelijk vanaf aanslagjaar 2027. In ruil zal de belastbare basis worden verminderd met schulden aan de Europese Investeringsbank en aan centrale tegenpartijen.

      Taks op de verzekeringsverrichtingen 

      Het standaardtarief van de taks op de verzekeringsverrichtingen wordt verhoogd van 9,25% naar 9,6% voor premies verschuldigd vanaf 1 juli 2026.

      Taks op de inscheping van een luchtvaartuig 

      Na een eerdere wijziging door de Programmawet van 18 juli 2025 (cf. onze vorige nieuwsbrief), zal de taks uniform worden vastgesteld op 10 EUR met ingang van 1 januari 2027, ongeacht de afstand van de vlucht. Voor korteafstandsvluchten (max. 500 km) zal de taks verder worden verhoogd tot 10,5 EUR en 11 EUR respectievelijk vanaf 1 januari 2028 en 1 januari 2029.

      Kris Lievens

      Partner, Head of Corporate Tax | Tax, Legal & Accountancy

      KPMG in Belgium


      Corporate Tax

      Wat zijn de elementaire fiscale doelstellingen van de meeste bedrijven?
      Corporate Tax

      Blijf op de hoogte

      Weet als eerste welke zakelijke trends uw bedrijf vooruithelpen.

      stay informed