De druk op toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van zorg neemt toe. Het Integraal Zorgakkoord (IZA) zette in 2022 een duidelijke koers uit die de medisch specialistische zorg raakt: hoogcomplexe zorg concentreren, minder complexe zorg spreiden. Deze beweging is géén nieuw beleid, maar een voortzetting van een trend die al ruim een decennium speelt. Denk aan de selectieve zorginkoop door CZ vanaf 2012 (bijvoorbeeld bij borstkanker), de landelijke concentratie van kinderoncologische zorg in het Prinses Máxima Centrum (2018) en de stapsgewijze verhoging van volumenormen voor radicale prostatectomieën. Het IZA markeert dus vooral een versnelling en verbreding van deze ontwikkeling.

Sinds maart 2025 gelden nieuwe volumenormen voor 19 oncologische en vaatchirurgische behandelingen. Vanaf 2026 mogen deze ingrepen alleen nog plaatsvinden in ziekenhuizen die aan deze normen voldoen. Het doel is helder: betere kwaliteit, efficiënter gebruik van schaarse professionals en behoud van basiszorg dichtbij huis.

Maar de praktijk is weerbarstig. Ons onderzoek laat zien dat de transitie stokt. In geen enkele regio is de implementatie echt gestart, ondanks dat twee regio’s al een regioplan hebben vastgesteld. De nadruk ligt vooral op concentratie, spreiding krijgt nauwelijks invulling. Voor complexe oncologische ingrepen, zoals long- en maag-slokdarmresecties, ervaren regio’s moeite om tot overeenstemming te komen.

Waarom is dit nú relevant?

De urgentie is hoog. Uit ons onderzoek blijkt dat de gefragmenteerde aanpak, waarbij per deelonderwerp en per regio wordt onderhandeld, leidt tot suboptimale uitkomsten. Belangrijke kansen voor betere kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid blijven onbenut. Dit staat haaks op de oorspronkelijke bedoeling van het beleid: een samenhangende, toekomstbestendige inrichting van de zorg.

De praktijk laat zien dat het ontbreken van landelijke regie en integrale kaders zorgt voor vertraging, spanningen tussen instellingen en onvoldoende aandacht voor spreiding en ketensamenwerking. Dit heeft directe gevolgen voor patiënten, professionals en het bestaansrecht van instellingen.

Onze oproep: verbinden, versnellen en regie pakken

Daarom is het noodzakelijk om alle kaarten op tafel te leggen, landelijke kaders en randvoorwaarden te scheppen, en tegelijkertijd regio’s ruimte te geven voor maatwerk in de uitvoering. Alleen zo kunnen we spanning expliciet maken (wat helpt om deze hanteerbaar te maken), samenwerking stimuleren en de beweging naar betere zorg daadwerkelijk realiseren. Dat vraagt om:

  1. Landelijke regie en heldere kaders
    Zorg voor duidelijke landelijke spelregels, uniforme volumenormen en een centrale regie op het proces. Dit voorkomt versnippering en biedt houvast aan regio’s.
  2. (Boven)regionale samenwerking en uitruil
    Doorbreek het denken in instellingsbelang. Stimuleer (boven)regionale afspraken, uitruil van zorg en het gezamenlijk oplossen van knelpunten, zodat de spanning tussen winnaars en verliezers wordt verminderd.
  3. Volwaardige aandacht voor spreiding én ketensamenwerking
    Zet niet alleen in op concentratie van complexe zorg, maar geef ook regie op spreiding en versterk de samenwerking in de hele zorgketen. Denk aan shared care-modellen en het borgen van basiszorg dichtbij huis.
  4. Directe en integrale uitvoering
    Pak het proces integraal aan: breng alle relevante thema’s en partijen tegelijk aan tafel, zodat niet per deelonderwerp wordt uitonderhandeld, maar het totaalplaatje centraal staat. Dit versnelt besluitvorming en voorkomt suboptimale deeloplossingen.

Belangrijkste inzichten uit ons onderzoek

  • In geen enkele regio is implementatie gestart.
  • Spreiding ontbreekt volledig in drie van de zeven regioplannen.
  • Een aantal complexe oncologische ingrepen zorgen voor spanning.
  • Verwachtingen over deadlines lopen uiteen en vertraging dreigt.

We identificeren zes succesfactoren om te komen tot goedgekeurde plannen:

  1. Vroegtijdige en brede betrokkenheid van stakeholders.
  2. Geloof in elkaars intenties als basis voor samenwerking.
  3. Politiek-bestuurlijke sensitiviteit en verbindend leiderschap.
  4. Ruimte voor gesprek over impact, zoals kennisverlies en financiële kwetsbaarheid.
  5. Transparante besluitvorming en governance.
  6. Data-gedreven onderbouwing, ondanks interpretatieverschillen per regio.

Daarnaast benoemen we vijf thema’s waar beweging nodig is:

  1. Ontwikkel een gedeelde regionale visie met concrete doelen.
  2. Geef regie op spreiding een volwaardige plek.
  3. Pas zorgmodellen en ketensamenwerking aan op de nieuwe realiteit.
  4. Meet en verbeter uitkomsten via cyclisch leren.
  5. Evalueer en leer van de eerste tranche om het proces te versterken.

Meer weten?

Onze publicatie bevat onder andere de resultaten van de ingevulde vragenlijst, een zestal interviews die laten zien hoe regio’s worstelen én welke oplossingen werken. We willen de deelnemers aan het onderzoek bedanken voor het delen van de eerlijke beelden.

Download “De samenwerkingsspagaat: Samen werken in een systeem waar concentreren moet en spreiden lastig is” en ontdek hoe we samen kunnen bouwen aan een toekomstbestendig zorgsysteem.

Contact