Visie KPMG op een complex vraagstuk: potentiële voordelen lijken niet op te wegen tegen de mogelijke nadelen
De discussie rondom verplichte loondienst voor vrijgevestigde medisch specialisten blijft actueel. Minister Agema heeft van een meerderheid in de Tweede Kamer het verzoek gekregen om voor de zomer met een aanpak te komen. Gezien de steun in de politiek en het gepromote beeld van een panacee voor diverse uitdagingen binnen de zorgsector – van kostenbeheersing tot gelijkgerichtheid binnen ziekenhuizen – leek deze maatregel op het eerste gezicht een logische stap. Echter, nadat we dieper in de materie waren gedoken, kwam een genuanceerder beeld naar voren. Daarbij lijken de potentiële voordelen van deze rigoureuze verandering niet op te wegen tegen de mogelijke nadelen en kosten.
Een evaluatie van bestaande onderzoeken toont aan dat de bewijslast niet zwart-wit is. Uit diverse onderzoeken blijkt geen eenduidig bewijs dat verplichte loondienst daadwerkelijk leidt tot betere gelijkgerichtheid, bestuurbaarheid, kostenbeheersing en passende zorg. Hoewel wordt beweerd dat gelijkgerichtheid binnen zorginstellingen hierdoor kan verbeteren, toont een praktijkvoorbeeld zoals bijvoorbeeld het Deventer Ziekenhuis aan dat gelijkgerichte besturing nu al zonder deze maatregel mogelijk is.
Bedenk dat ook in umc’s – met alle specialisten in loondienst – regelmatig conflicten voorkomen tussen de raad van bestuur en de medische staf. Daarnaast hebben landen met publieke gezondheidszorgsystemen, zoals het VK en Zweden, eveneens te maken met spanningen tussen medisch specialisten en de raad van bestuur.
Tot slot suggereert onderzoek dat kostenbesparingen door simpelweg medisch specialisten in loondienst te nemen, niet gegarandeerd zijn . Bovendien kunnen ongewenste neveneffecten optreden Verplichte loondienst introduceert daarnaast mogelijk ongewenste neveneffecten. Allereerst kan een verplichting tot loondienst leiden tot een daling in de productiviteit, wat de toegankelijkheid en kwaliteit mogelijk kan schaden. Ook is het een tijdrovende maatregel: de verwachting is dat implementatie van een dergelijk traject circa vijf jaar duurt.
Daarnaast wijzen schattingen op kosten van circa twee tot vier miljard euro. Alternatieve beleidsopties lijken effectiever en relatief eenvoudiger te realiseren We denken dat er minder ingrijpende en effectievere alternatieven zijn, zonder de nadelen van een verplichte overgang naar loondienst. Deze alternatieven omvatten het optimaliseren van bestaande bestuurlijke modellen en bekostigingsvormen waarbij de juiste prikkels ingezet worden binnen de huidige structuren. Alternatieven zijn:
- Versterking van bestaande structuren en samenwerkingsverbanden: gelijkgerichtheid en passende zorg kunnen bevorderd worden door heldere, transparante afspraken tussen zorgverzekeraars, ziekenhuizen en MSB’s. Bijvoorbeeld door het verplicht openbaar maken van (relevante onderdelen van) afspraken tussen ziekenhuizen en MSB’s. Daarnaast is een versterking van de samenwerking op basis van gedeelde doelen noodzakelijk, in plaats van een model dat uitsluitend werkt met strikte, financiële prikkels. Dit helpt om betere bestuurbaarheid en gelijkgerichtheid te realiseren.
- Transparantie in financiële bedrijfsvoering: door het afdwingen van het rapporteren en verantwoorden over jaarcijfers door MSB’s, kan er meer transparantie gecreëerd worden. Dit helpt op het gebied van kostenbeheersing.
Conclusie
Verplichte loondienst lost het probleem niet op, optimalisatie van het huidige systeem lijkt effectiever. Verplichte loondienst voor medisch specialisten lijkt een logische en aantrekkelijke oplossing voor complexe problemen binnen de zorgsector. Echter, het bewijs voor deze stap is niet overtuigend. De risico's, kosten en de potentiële negatieve impact op de zorgprofessionals zijn substantieel. We moeten ons richten op duurzame, praktische oplossingen die het Nederlandse zorgsysteem toekomstbestendig maken. Laten we onze kostbare tijd zinvol besteden om te zorgen voor toekomstbestendige zorg. Daarom denken we dat een optimalisatie van het bestaande systeem en het slimmer inrichten van prikkels en samenwerkingsverbanden effectiever zijn.