Inleiding

In de editie 2022 van de KPMG Voorbeeldjaarrekening voor pensioenfondsen zijn alle actuele ontwikkelingen op het gebied van jaarverslaggeving meegenomen. Het aantal wijzigingen in de verslaggevingseisen, zoals opgenomen in Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, is zeer beperkt ten opzichte van voorgaand jaar. Net als voorgaande jaren is er echter wel sprake van een groot aantal ontwikkelingen in de sector, waaraan in de jaarverslaggeving aandacht moet worden besteed. We lichten de belangrijke ontwikkelingen hieronder kort toe. 

Transitie naar nieuw pensioenstelsel

Het belangrijkste thema binnen de pensioensector is de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel. Hoewel de beoogde ingangsdatum van het wetsvoorstel ‘Wet toekomst pensioenen’ is uitgesteld tot 1 juli 2023, zijn veel pensioenfondsen en pensioenuitvoeringsorganisaties druk bezig met de voorbereidingen op deze historische en ingrijpende transitie. Wij verwachten daarom dat pensioenfondsen in hun bestuursverslag 2022 stilstaan bij de wijze waarop het fonds zich voorbereidt op de transitie, de hoofdlijnen van de geplande transitie en de voortgang van het project. De aard en omvang van de toelichtingen zijn uiteraard afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het betreffende pensioenfonds. 

Maatschappelijk verantwoord beleggen (SFDR)

Een andere belangrijke ontwikkeling betreft de toenemende aandacht voor maatschappelijk verantwoord beleggen, ESG en niet-financiële informatie. Dit wordt geïllustreerd door nieuwe regelgeving zoals de EU-taxonomie, de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) en de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), waarbij de CSRD niet van toepassing wordt op pensioenfondsen.

Op basis van bestaande wetgeving (artikel 135, lid 4 van de Pensioenwet, IORP II en Code Pensioenfondsen) dienen pensioen­fondsen in hun bestuursverslag te vermelden op welke wijze in het beleggingsbeleid rekening wordt gehouden met milieu en klimaat, mensenrechten en sociale verhoudingen (ESG-factoren), met bijbehorende overwegingen. Daarnaast geldt dat pensioenfondsen al sinds maart 2021 moeten voldoen aan de level 1-vereisten van de SFDR. Level 1 bevat vereisten voor de wijze waarop duurzaamheidsfactoren zijn meegenomen in het beleid en voor de wijze van rapportage over de ongunstigste effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren (waarbij fondsen kunnen kiezen voor een opt-out). Indien een pensioenproduct wordt geclassificeerd conform artikelen 8 en 9 dient er aanvullend te worden gerapporteerd. Per 1 januari 2023 moeten pensioenfondsen ook voldoen aan level 2 van de SFDR. Level 2 bevat onder meer een eis om de classificatie van beleggingen naar duurzaamheid toe te lichten in periodieke rapportages (waaronder het jaarverslag). De aanvullende toelichtingsvereisten zijn opgenomen in Annex IV (lichtgroene regelingen) en Annex V (donkergroene regelingen) van de SFDR. De toelichtingen dienen volgens een voorgeschreven format worden opgenomen (zie voorbeeld hieronder) in het jaarverslag over 2022.

Indien de pensioenregeling niet classificeert als een artikel 8- of 9- product, dient dit te worden toegelicht in het bestuursverslag, maar er is geen sprake van aanvullende toelichtingsvereisten middels een Annex.

Annex V

Toeslagverlening

Vanaf 1 juli 2022 is het pensioenfondsen onder voorwaarden toegestaan om in het jaar 2022 voorwaardelijke toeslag te verlenen bij een beleidsdekkingsgraad van 105%. Pensioenfondsen die voornemens zijn over te gaan naar het nieuwe pensioenstelsel (invaren), kunnen gebruikmaken van een tijdelijke regeling, mits dit past binnen de ruimte die de eigen pensioenregeling biedt. Pensioenfondsen dienen te onderbouwen of een dergelijk indexatiebesluit past in een evenwichtige besluitvorming, mede vooruitlopend op de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel.

De tijdelijke regeling is opgenomen in artikel 15c van het Besluit FTK en vervalt per 1 januari 2023. Bij gebruik van deze regeling kan het gaan om toeslagverlening in 2022 of 2023. Bepalend is dat het besluit over de toeslagverlening tussen 1 juli 2022 en 1 januari 2023 wordt genomen. Op basis van de reguliere verslaggevingsrichtlijnen vanuit RJ 610 Pensioenfondsen dient bepaald te worden op welk moment de toeslagverlening wordt verwerkt in de jaarrekening.

De besluitvorming rondom toeslagverlening kan niet los worden gezien van de huidige turbulentie op de financiële markten. Toeslagverlening hangt immers mede af van de financiële positie van pensioenfondsen, en die is gedurende 2022 sterk beïnvloed door de negatieve beleggingsrendementen enerzijds en de stijging van de marktrente anderzijds. Daarnaast geldt dat de ontwikkelingen hebben geleid tot een historisch hoge inflatie, die de koopkracht van deelnemers uitholt. Dit kan tot ingewikkelde dilemma’s leiden in de besluitvorming rondom toeslagverlening.  Een eventuele toeslagverlening zal daarom een zorgvuldige toelichting in het jaarverslag vereisen, mede gericht op de wijze waarop het bestuur invulling heeft gegeven aan de evenwichtige belangenafweging van alle bij het fonds betrokken partijen. 

Voorbeeldjaarrekening biedt praktisch houvast

In de nieuwe editie van de Voorbeeldjaarrekening voor pensioenfondsen hebben wij de voorbeeldteksten ten aanzien van bovenstaande onderwerpen geactualiseerd. Daarnaast is ook rekening gehouden met ontwikkelingen die een meer technisch karakter kennen. Een voorbeeld hiervan betreft de toepassing van meest recente AG-prognosetafels (september 2022), welke als schattingswijziging in de jaarrekening verwerkt en toegelicht dient te worden. Een ander voorbeeld betreft de toepassing van de aanpassingen in de UFR-parameters. Hiervoor geldt dat de stapsgewijze wijziging van de UFR-parameters van 1 januari 2022 verwerkt dient te worden in de jaarrekening 2022. Vanaf 1 januari 2023 dienen de nieuwe UFR-parameters te worden gehanteerd zoals opgenomen in het meest recente advies (30 november 2022) van de Commissie Parameters. Het effect van de wijziging per 1 januari 2023 dient te worden toegelicht onder de gebeurtenissen na balansdatum.

Met deze Voorbeeldjaarrekening bieden wij pensioenfondsen en hun uitvoerders een praktisch houvast bij het opstellen van de jaarverslaggeving over boekjaar 2022. De voorbeeldteksten dienen uiteraard aangepast te worden naar de specifieke feiten en omstandigheden van het fonds.

Voor een nadere toelichting of vragen kunt u contact met een van de auteurs opnemen.

Contactpersonen | Auteurs

Wilfred Kevelam

Head of Pensions Audit

KPMG Nederland

E-mail

Frans Glorie

Partner KPMG Financial Services Audit

glorie.frans@kpmg.nl