Naar hoofdinhoud gaan

      De Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft het wetsontwerp omtrent de meerwaardebelasting op financiële activa goedgekeurd. De wetgeving werd gestemd op vrijdag 3 april 2026 en is retroactief van toepassing op meerwaarden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026.

      Samen met de pensioenhervorming is de invoering van de meerwaardebelasting een van de meest veelbesproken maatregelen van de regering-De Wever. Voor meer details over de ontwerpteksten en het voorafgaand proces, verwijzen we naar onze eerdere updates van juli, september en december 2025. We hebben de belangrijkste punten van de aangenomen wettekst hieronder samengevat.


      Belangrijkste kenmerken van de meerwaardebelasting
       

      De nieuwe meerwaardebelasting is van toepassing op meerwaarden gerealiseerd bij een overdracht van financiële activa onder bezwarende titel, voor zover de meerwaarden ontstaan in het kader van het normaal beheer van privévermogen. De bestaande regels voor speculatieve verrichtingen of meerwaarden gerealiseerd in een beroepsmatige context blijven van toepassing. Historische meerwaarden zijn uitdrukkelijk uitgesloten van het toepassingsgebied.

      Om het toepasselijke belastingtarief te bepalen, maakt de wetgever een onderscheid tussen drie categorieën van meerwaarden:

      • Interne meerwaarden, i.e. overdrachten van aandelen aan een vennootschap die wordt gecontroleerd door de belastingplichtige en zijn/haar familie: tarief van 33%;
      • Aanmerkelijk belang, i.e. de belastingplichtige heeft persoonlijk minstens 20% van de aandelen in handen: progressieve tarieven van 0–10% (16,5% voor overdrachten buiten de EER). De eerste 1.000.000 EUR over een periode van 5 jaar is vrijgesteld;
      • Andere financiële activa, onderworpen aan een algemene meerwaardebelasting van 10%. Er is een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 EUR, met een beperkte overdraagbaarheid van maximaal 5.000 EUR over vijf jaar.

      De meerwaardebelasting is van toepassing op meerwaarden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026. Die moeten in principe worden aangegeven in de jaarlijkse belastingaangifte, al wordt voor een groot deel van de kwalificerende transacties voorzien in een bevrijdende roerende voorheffing. Omwille van de laattijdige goedkeuring van de wetgeving zullen de bronheffing en de opt-outregeling stapsgewijs worden ingevoerd in de loop van 2026.


      Aanvullende verduidelijkingen

      Tijdens de parlementaire besprekingen heeft de Minister van Financiën een en ander verduidelijkt en werd een beperkt aantal amendementen aangenomen. Enkele belangrijke updates:

      • Bronheffing en opt-outregeling: er zijn wijzigingen aangebracht aan de termijnen voor de bronheffing en de opt-outregeling.
        De algemene bronheffing door tussenpersonen wordt pas verplicht (wanneer van toepassing) vanaf 1 juni 2026, om de tussenpersonen voldoende tijd te geven om zich voor te bereiden op de implementatie van de nieuwe processen. Belastingplichtigen behouden evenwel het recht om een vrijwillige voorheffing te laten inhouden voor de periode zonder verplichte roerende voorheffing.
        Wanneer de bronheffing verplicht is, kunnen belastingplichtigen niettemin kiezen voor een “opt-out” van de roerende voorheffing. Door te kiezen voor een opt-out zullen de tussenpersonen geen belastingen inhouden bij de uitbetaling. De belastingplichtige is dan verplicht om alle verrichtingen waarop geen inhouding werd toegepast aan te geven in de jaarlijkse aangifte, terwijl die aangifteplicht er niet is in geval van toepassing van de voorheffing (bevrijdende bronheffing).
      • Toepassingsgebied: hoewel beleggingsgoud in aanmerking wordt genomen, heeft de Minister van Financiën bevestigd dat gouden juwelen buiten het toepassingsgebied vallen van de meerwaardebelasting, aangezien zij niet voldoen aan de definitie van beleggingsgoud;
      • Obligaties onder nominale waarde: meerwaarden die voortvloeien uit de aankoop van obligaties onder de nominale waarde en de aflossing ervan tegen volledige waarde worden beschouwd als belastbare meerwaarde;
      • Minderwaarden: het realiseren van verliezen met de bedoeling deze af te zetten tegenover belastbare meerwaarden vormt geen fiscaal misbruik. Houd er wel rekening mee dat verliezen slechts aftrekbaar zijn binnen dezelfde categorie en hetzelfde belastbare tijdperk;
      • Exitheffing: wanneer een exitheffing werd betaald, maar de werkelijke waarde bij effectieve realisatie lager is, is momenteel geen terugbetaling voorzien. In verband met deze kwestie zijn een aantal zaken hangende bij het Europees Hof van Justitie. De Minister van Financiën heeft aangegeven deze op te volgen en desgevallend het regelgevend kader aan te passen;
      • Vastgoedvennootschappen: meerwaarden op aandelen in vastgoedvennootschappen (bijvoorbeeld de Franse “Sociétés Civiles Immobilières”) vallen binnen het toepassingsgebied van de meerwaardebelasting;
      • Reynders’ taks: de Minister van Financiën heeft verduidelijkt dat de belastbare waarde van het interestinkomen (Reynders-taks) in mindering kan worden gebracht van de belastbare meerwaarde.

      De administratie is reeds aan het werken aan administratieve circulaires die ze kort na de publicatie van de wetgeving wil rondzenden. Deze zouden extra duidelijkheid moeten bieden over een aantal openstaande vragen en praktische aspecten, waaronder bijvoorbeeld de toepassing van de regels in een internationale context.


      Hoe kan KPMG u helpen?

      Nu de wetgeving is goedgekeurd en van toepassing is op meerwaarden gerealiseerd vanaf 1 januari 2026, zal elke belastingplichtige moeten nagaan of het nieuwe regime gevolgen heeft voor verrichtingen die reeds zijn uitgevoerd tijdens de eerste maanden van 2026 en voor alle volgende transacties.

      In het bijzonder dient aandacht te worden besteed aan:

      • de waardering van financiële activa op 31 december 2025 (het zogenaamde ‘fotomoment’), dat fungeert als een belangrijk referentiepunt voor activa verworven vóór die datum;
      • de documentatie van de werkelijke aanschaffingswaarde;
      • de potentiële impact van de regels in geval van emigratie (exitheffing);
      • het opvolgen van toekomstige richtlijnen van de fiscus.

      Een consequente administratie en een correcte bewijsvoering zullen broodnodig zijn om de lasten bij het opstellen van de jaarlijkse aangiften zoveel mogelijk te beperken.

      KPMG kan u bijstaan in het kader van adviesverlening, bij het juist kwalificeren van transacties en bij de jaarlijkse rapportering. Aarzel niet om ons te contacteren indien we u hiermee van dienst kunnen zijn.

      Wim Van den Brande

      Head of Tax, Legal & Accountancy

      KPMG in Belgium

      Ontdek meer

      Organisaties van groot tot klein krijgen steeds meer nieuwe wetgeving en fiscale regels te verwerken. Lokaal, maar ook internationaal.

      Vind je weg in het Belgische belastinglandschap en blijf op de hoogte van de laatste fiscale inzichten en evenementen.

      Blijf op de hoogte

      Weet als eerste welke zakelijke trends uw bedrijf vooruithelpen.

      stay informed